Afbeelding

Van alle tijden…

Bekend probleem

Advertenties

Iemand interesse om trainer van Anderlecht te worden?

Ik heb weinig verstand van voetbal, en van Belgisch voetbal zelfs helemaal géén. Maar het zou mij verbazen als Van den Brom na morgen nog trainer van de Brusselse voetbalclub is. De voorzitter speelt de vermoorde onschuld, de trainer ziet de bui al lang hangen.

200

Hoogspanning zondag in het Vanden Stockstadion tussen twee gekrenkte ploegen. Standard wil de ontgoocheling van de Europa League doorspoelen, Anderlecht heeft dringend een resultaat nodig na de opdoffers tegen Olympiakos, Kortrijk en vooral PSG. “We staan 200 procent achter de trainer”, benadrukte Herman Van Holsbeeck na de training van gisteren. Van Holsbeeck blijft ervan overtuigd dat de spelers nog achter de trainer staan.

voorzitter

Die van de vermoorde onschuld.

trainer

Die van de bui.

Sollicitaties kun je richten aan:
Constant Vanden Stock
Neerpedestraat 569
1070 Brussel (Dat is in België)

of aan de koning (van België).

Een kinderhand is gauw gevuld in de Rotterdamse Kuip

Graziano Pellé is een fenomeen bij Feyenoord. Nu is dat niet zo moeilijk, want als je daar als speler meer dan drie doelpunten per seizoen maakt, dragen die arme supporters je al op handen. Dat overkwam vorig seizoen die patser Guidetti ook. Een beetje gericht trappen en je maakt je onsterfelijk daar op Zuid. Van mij mogen ze, hoewel ik er slechts medelijden mee kan hebben. Want in datzelfde rijtje van Pellé en Guidetti komen ook Smolarek, Ruud Geels en Peter Houtman voor. Die laatste mag als blijk van waardering zijn leven lang stadionspeaker zijn. Je bent dan niet veel gewend, als supporter zijnde.

Maar om terug te komen op die Pellé. Afgelopen zondag maakte hij er wéér een tegen FC Utrecht. Iedereen juichen, maar ik kreeg er voor de tv niks van mee. Hoezo? Omdat ik de hele tijd moest onthouden wat die verslaggever zei toen Graziano er met de bal vandoor ging. Verslaggevers van Studio Sport (en ‘journalisten’ van NU) hebben de goede gewoonte hun taalgebruik een beetje af te wisselen. De hele tijd Pellé moeten zeggen als Pellé aan de bal is, staat zo flauw. Dus hebben ze het over de spits, of noemen hem de Cary Grant van de Kuip, altijd leuk. Maar deze verslaggever had het in zijn enthousiasme opeens over “De Itoljaan”. Dat vond ik wel het mooiste aan de hele wedstrijd Feyenoord-Utrecht.

pelle

De Itoljaan

.

Over komkommertijd gesproken: de transfers van Zulte Waregem

In

  • Jérémy Bokila (terug van Sparta, Ned.)
  • Ivan lendric (Hajduk Split, Kro.)
  • Frédéric Gounongbe (KVW Zaventem)
  • Sebastien Bruzzese (AA Gent)
  • David Vandenbroeck (terug van Kortrijk)
  • Pietro Perdichizzi (Club Brugge, huur)
  • Junior Malanda (Lille, Fra.)

Uit

  • Thomas Matton (KV Kortrijk)
  • Stijn Minne (Westerlo)
  • Teddy Chevalier (?)
  • Miguel Dachelet (Lierse)
  • Jeremy Bokila (FC Petrolul, huur)

’t Is maar dat je het weet!

Hoe je opzichtig NIET solliciteert naar de functie van bondscoach

Nu Bert van Marwijk is opgestapt, is de functie van bondscoach bij het Nederlands elftal vacant. Wie de baan in geen geval wil is Frank “Frenk” Rijkaard, die de functie al eens bekleedde tussen 1998 en 2000. Echt niet hoor. Geen denken aan.

Perry Overeem, de zaakwaarnemer van de huidige bondscoach van Saudi-Arabië, was daar donderdag stellig in.

”Het contract van Frank loopt tot eind 2013”.

Zijn zaakwaarnemer vindt verder de vraag dan ook volstrekt niet relevant:

Nee, als iemand geen zin heeft dan is het Frankie wel.

Bron: nu.nl

Als je naar de eerste voorronde mag dan ben je met recht een loser!

Tegen het einde van het voetbalseizoen gaat het bij sommige mensen kriebelen: gaan we wel of gaan we niet ‘Europa in’? Dat is belangrijk, want a) het levert een boel geld op en ten tweede zie je je club nog eens in actie tegen buitenlandse clubs. Dat is niet altijd een feest, want je kunt nu eenmaal niet allemaal tegen Barcelona of de Milanen voetballen. Je zult genoegen moeten nemen met Bantans uit Israël, het Estse Rabotnicki of Sjanker Karagandy uit Kazachstan. Leuke clubs die soms pareltjes van voetballers in hun gelederen blijken te hebben, maar waarvoor je als liefhebber wel erg op de proef gesteld wordt.

Doordat er de laatste jaren heel veel Wildersachtige staatjes zijn ontstaan, waarvan de nationale voetbalbonden ook nog eens lid zijn van de Europese voetbalbond UEFA en derhalve clubs mogen afvaardigen in de Europese bekertoernooien, doen er al gauw zo’n honderd teams mee. De UEFA ziet liever een finale tussen Arsenal en Real Madrid dan tussen pak ‘m beet FK Rad en SP Tre Penne. Bovendien laten de duurbetaalde spelers uit München liever niet hun Beierse benen in tweeën schoppen door de postbodes van Daugava of de plantsoenendienst van FC Birkirkara. Dat kan ik me wel indenken. Daarom worden er voorrondes gehouden om de kaffers van het koren te scheiden. En dat is het moment waarop ik de draad kwijt raak

Kijk, als je iedere wedstrijd één bal meer het doel hebt geschoten dan je tegenstander (en je hebt verder weinig onreglementairs gedaan), dan mag je het seizoen erop Champions League spelen. Voor je gemoedsrust is dat verreweg het beste, want eindig je niet als eerste dan ben je overgeleverd aan de goden. Je maakt dan namelijk kans op een voorronde voor diezelfde Champions League, maar even makkelijk zit jouw naam in de koker voor een 4e voorronde Europa League, een 3e voorronde Europa League, een 2e voorronde Europa League of zelfs een 1e voorronde Europa League. Alsof dat nog niet genoeg is, bestaat er de mogelijkheid dat je de play-offs moet gaan spelen voor een plaats in de 2e voorronde Europa League. Graag of niet hoor, zou ik zeggen.

Dit schema stond gisteren in de krant van wakker Nederland, ter verduidelijking zeg maar. Inmiddels is het beeld natuurlijk weer veranderd, maar dat boeit niet.

Bron: NRC Next

Nederland levert kennelijk geen clubs voor de 1e voorronde Europa League. Als clubs als Roda JC en RKC en NEC al strijden om play-offs voor de 2e voorronde Europa League, van wat voor niveau moet je dan wel niet hebben om die éérste voorronde Europa League te mogen spelen? Als ik daarvoor in aanmerking zou komen, dan hield ik mooi de eer aan mezelf. En ging ik pingpongen.

Die Frank…

Van Frank de Boer wist ik dat het een goeie voetballer was en een goeie assistent-trainer. De afgelopen maanden bewees hij – ondanks het verlies van de bekerfinale – ook nog eens een goeie trainer te zijn.

Maar dat hij ook een talenwonder is, dat wist ik niet. Zo spreekt hij vloeiend Vlaams, als ik de teletekstredactie van de BRT mag geloven:

Ik had in ieder geval nog nooit gehoord van een pronostiekbriefje. 😉

Blind paard

In een wedstrijd om des keizers baard stonden we weliswaar met 2-1 voor, maar onze verdediging – waarin ik de rechterflank bemande – dreigde onder de opgevoerde druk te bezwijken. Eenentwintig spelers bevonden zich op onze helft toen ik de zoveelste aanval koppend afsloeg. De bal belandde bij een medespeler, ik snelde naar voren, gilde wat en zag de bal weer op me afkomen. In een flits zag ik één tegenstander, met daarachter een leeg veld.

Technische en tactisch was ik een uitgesproken nul, het moet nu maar eens gezegd worden. Een pass over tien meter leverde al problemen op en enig inzicht was ver te zoeken. Eén ding kon ik wel en dat was hollen, heel hard hollen. Ik trainde nooit en ik was zeker tien kilo te zwaar, wat me er toch niet van weerhield om er ’s zondags vol in te kleunen.

In een opwelling schopte ik de bal over de man en zette het op een lopen. Ter hoogte van de middenlijn wurmde ik me langs de tegenstander – het woedende ‘godverdomme’ klinkt nog na in mijn oren – en als een blind paard galoppeerde ik richting vijandelijk doel. Zwaar ademend vloog ik op de keeper af die geen duimbreed week. Toen ik de man op zo’n vijf meter genaderd was, voelde ik alle kracht uit mijn lijf wegstromen. Met een laatste krachtsinspanning gaf ik de bal een lel en zeeg uitgeput ter aarde, mijn hoofd bonkend van het bloed.

Het schijnt een prachtgoal geweest te zijn.

Sjaak Roggeveen (3/3)

Ondanks het vriendschappelijke karakter van de wedstrijd tegen Tsjecho-Slowakije en het feit dat slechts 15.000 supporters de moeite hadden genomen naar De Kuip te komen, had Sjaak Roggeveen zijn visitekaartje afgegeven. Twee weken later, op 7 mei 1969,  mocht hij al weer opdraven, opnieuw in De Kuip. Dit keer voor het echie, een kwalificatiewedstrijd voor het wereldkampioenschap in Mexico tegen Polen.
De eerste helft moest Sjaak Roggeveen nog van de bank toekijken, maar na rust mocht hij de plaats innemen van Nico Rijnders, die net als hij gedebuteerd had tegen Tsjecho-Slowakije. Sjaak Roggeveen beschaamde het vertrouwen van bondscoach George Kessler allerminst, in de voorlaatste minuut scoorde hij, nu voor het oog van 45.000 toeschouwers, het enige doelpunt van de wedstrijd.

(Wie ooit een voetbalwedstrijd op televisie bekeken heeft met het verslag van de radio erbij krijgt snel de indruk dat er sprake is van twee verschillende wedstrijden. Een heilloze trap naar voren, nimmer te belopen voor een buitenspeler, is in het verslag van de radioreporter al een half doelpunt en een onschuldige glijpartij waarbij de aangevallen speler over zijn eigen veters struikelt komt uit de radioluidsprekers als een schandelijke actie met slechts een doel: het breken van ’s mans beide benen.
In dat licht bezien moet een winnend doelpunt vlak voor het laatste fluitsignaal, in de veilige wetenschap dat de tegenstander niet meer kan winnen, door de radio geklonken hebben als de belangrijkste gebeurtenis die je in je leven zult meemaken. Ik moet als tienjarige jongen de hele nacht hebben liggen woelen in mijn bed, te opgewonden om de slaap te vatten en ongetwijfeld het doelpunt zelf talloze malen in Sjaak Roggeveens schoenen staande hebben gescoord.)

Het was dus volkomen terecht dat Sjaak Roggeveen ook voor de uitwedstrijd tegen Polen op 7 september van dat jaarvoor Oranje geselecteerd werd. In die partij, voor maar liefst 100.000 toeschouwers, speelde Sjaak Roggeveen de laatste 26 minuten van de wedstrijd mee. Ingevallen voor Coen Moulijn, bij een stand van 1-1, kon Sjaak Roggeveen geen potten meer breken, Nederland verloor met 1 tegen 2. Die invalbeurt was meteen Sjaak Roggeveens laatste optreden voor Oranje.

Sjaak Roggeveen (2/3)

Nog niet zo lang geleden bespraken we op mijn werk een interlandwedstrijd van Oranje van daags ervoor. De kwaliteit van het spel werd unaniem belazerd bevonden en langzaam dwaalden de gedachten naar namen van spelers uit vervlogen tijden.
Moeiteloos schudden mijn collega´s – laatveertigers net als ik – de ene geweldenaar na de andere uit de mouw, elkander aftroevend door misprijzend het hoofd te schudden en smalend te constateren dat die man geen deuk in een pakje boter kon trappen, elkaar overtroevend met een speler die boven iedere twijfel verheven was. Hier spraken mannen die wisten waar ze het over hadden, zoveel was duidelijk.

Op zeker moment deed ik ook een duit in het zakje: ‘Waar Oranje behoefte aan heeft is een speler van het type Sjaak Roggeveen!’
Waar ik bewonderende blikken en instemmend geknik had verwacht – ´Verdomd, Sjaak Roggeveen, dat was me er een´ – en we vervolgens uitgebreid ´s mans kwaliteiten en verdiensten voor Oranje zouden prijzen, keken mijn collega´s me wat verward aan.
´Sjaak Roggeveen?’, vroeg de ene collega met een mengeling van onbegrip en verbazing. Hij schudde langzaam zijn hoofd.
‘Over wie héb je het?’ vroeg de ander verstoord en fronste zijn wenkbrauwen. Om er met onvervalst Utrechts accent theatraal aan toe te voegen: ‘Is dat een vóetballer?’

Ik kon nauwelijks geloven dat mijn collega’s niet van het bestaan van Sjaak Roggeveen op de hoogte waren. Had ik het dan bij het verkeerde eind en liet mijn geheugen mij in de steek?

Op de site voetbalstats punt nl vond ik wat ik zocht: informatie over Sjaak Roggeveen in het Nederlands Elftal. En daar las ik dat Sjaak Roggeveen welgeteld drie interlands gespeeld heeft. Drie! Terwijl ik hem jaar in jaar uit heb horen schitteren in Oranje.

Sjaak Roggeveen is in die drie interlands tot welgeteld 162 speelminuten gekomen. Dus netto geeneens twee volledige wedstrijden. En die drie wedstrijden strekten zich niet uit over jaren, zoals ik dus gedacht had, maar over een periode van vijf maanden, tussen half april en begin  september 1969. Dat hij geregeld scoorde, klopte dan weer wel, in die 162 minuten maakte hij drie doelpunten. Voorwaar geen slecht resultaat.

Sjaak Roggeveen speelde slechts een volledige wedstrijd, zijn debuut, op 16 april 1969, een vriendschappelijke wedstrijd tegen Tsjecho-Slowakije die door Nederland met 2-0 werd gewonnen. Beide treffers kwamen van de voet van Sjaak Roggeveen die speelde met grote namen als Jan van Beveren, Rinus Israel, Theo Laseroms en Rob Rensenbrink.

Morgen het derde en laatste deel van dit feuilleton.

Sjaak Roggeveen (1/3)

Wij beschikten thuis pas laat over televisie. Ik zal twaalf of dertien geweest zijn toen begin jaren zeventig het eerste toestel het huis binnenkwam. Waar we wel over beschikten was de radiodistributie, een grauwe vormeloze luidspreker waarvan vooral het Philipslogo en de twee witte knoppen aan de muur in de herinnering zijn gebleven: een knop voor de zenderkeuze en een voor het volume.

Wij luisterden vaak naar de radio. Hoorspelen waren favoriet, vooral de komische serie Biels en Co, met Ko van Dijk, maar ook de kennisquiz Hersengymnastiek, waar twee teams van verschillende bedrijven met elkaar streden werd goed beluisterd. Zondagmiddag luisterden wij ook graag naar de voetbalverslagen van Langs de Lijn.

Luisteren naar de radio had iets knus. Om het allemaal goed te kunnen horen, zetten wij ons aan de eettafel, veelal zwijgend, en beleefden het programma ieder op zijn eigen manier. De goedkeurende knikjes en veelbetekenende blikken bij een grapje van mijnheer De Biels zorgden voor een wat mysterieuze sfeer. Die radioperiode was ook de geboorte van mijn voetbalidool, Sjaak Roggeveen.

Sjaak Roggeveen was een van de beste voetballers die Nederland heeft voortgebracht. Een rots in de branding, zo’n speler die nooit of te nimmer het vertrouwen van de trainer en van zijn medespelers beschaamde. Een speler die voorop ging in de strijd, een die aan de lopende band scoorde. In een tijd waarin Johan Cruijff en Wim van Hanegem nog slechts beloften waren, was Sjaak Roggeveen de crack, de spil van het Nederlands Elftal, dé Leeuw van Oranje.

Avond aan avond zaten wij gekluisterd aan de radio om maar niets te hoeven missen van de interlandwedstrijden van Oranje. Als de klanken van de Eurovisie wegstierven en de wedstrijd een aanvang nam, was het Sjaak Roggeveen voor en Sjaak Roggeveen na. Altijd maar weer nam die dekselse Sjaak Roggeveen zijn metgezellen op sleeptouw, met slechts een zeker doel voor ogen: de overwinning. En als Sjaak Roggeveen bovendien zijn steentje in de vorm van een goal of wat kon bijdragen, dan was hij daar zeker niet te beroerd voor. Het stond als een paal boven water dat het Nederlandse voetbal in die jaren zwaar leunde op Sjaak Roggeveen.

Morgen verder.